In deze nieuwsbrief en de twee vorige werden tesamen drie nieuw verschenen boeken gepresenteerd: na Leefmeesterschap en Iemand uit Nazareth van Jan Klein, deze keer Perspectief: 10 rubrieken, de zevenenvijftig commentaren op agenda-dichten van Jan Klein, die van januari 2002 tot december 2011 werden opgenomen in de bladen Don Bosco Binnen-Kort, het Don Rua Nieuws en 'Don Rua'–vroeger en nu.
Waarom dan een boek, en waarom deze heruitgave? Het boek bevat, behalve de eerder gepubliceerde afleveringen,ook een uitgebreide inleiding en registers (op datum en op naam), en vormt daardoor een gedocumenteerd en afgerond geheel. Zo verschenen bij de jubileum-reünie van 2010 (100 jaar Don Rua, 70 jaar Don Rua-bond) de Don Rua zang­bundel, het Leven van Don Rua (Jan Klein in het Salesiaans Nieuws van 1957-1959), en Idica Epica met agenda-dichten van Jan Klein. De eerste uitgave van Perspectief markeerde mijn vijfenzeventigste verjaardag, die van dit jaar mijn vijfen­tachtigste, nadat in 2016 het boekje Themata mijn tachtigste levensjaar afsloot. Dat is de functie van jubilea: het markeren en daarmee zichtbaar maken van de tijdsstructuur van ons leven, dat ons mede daardoor niet als los zand door de vingers glijdt. Don Bosco deed dat, evenals de kerk, met de feestdagen, die wij ons dan ook nog herinneren.
       'Perspectief' voorkant
In drvn-67 is meer te vinden. Naar aanleiding van het stuk van Ton van Schaik, in het lente-nummer van het Nieuws van Ouds, over De Deetman files van Patrick Chatelion Counet (dat ik daarna gelezen heb), beschreef ik mijn indrukken daarvan. Bovendien beschreef ik de reacties op de misbruik-verhalen van de Rua-ouds op het Don Rua Forum. Nu de cycloon boven 'Don Rua' verwaaid is tot een storm van veel groter omvang, blijft het thema van belang voor een beter begrip van de menselijke samenleving als geheel, en onze persoonlijk reflectie daarop.
Het derde aandachtspunt – waarmee ik de nieuwsbrief open – Corona: doornenkroon, is de vraag naar de aard en zin van ons leven als menselijke wezens. Wij zijn in onze jeugd onderwezen en opgevoed in de rooms-katholieke godsdienst, met als centrale heilsfiguur de persoon van Jezus van Nazareth. Hoe staan we daar tegenover? Volkomen overtuigd van het wel of niet zo zijn, of angstvallig afzijdig, als achter een glazen wand? Mijn vraag is of er een levenshouding mogelijk is waarin het religieuze zonder irrationaliteit een volwaardige plaats heeft.